Blog · Tips
Tips
De innerlijke ouder: wie geeft jou eigenlijk toestemming?
Waarom je nog steeds naar buiten kijkt voor een knikje, en van wie die eigenlijk moet komen.
Blog · Tips
Tips
Waarom je nog steeds naar buiten kijkt voor een knikje, en van wie die eigenlijk moet komen.
Herken je dit?
Als je bij een van deze regels knikte, is dit stuk voor jou geschreven.
Kort antwoord: je hebt de stem van je ouders naar binnen gehaald toen je klein was, en die stem beoordeelt nog steeds wat je doet. Als hij vroeger weinig gaf, blijf je buiten zoeken naar wat je binnen niet krijgt: een knikje, een blik, een teken dat het goed is. Dat werkt niet, want de goedkeuring van een ander lost een tekort van binnen niet op. De uitweg is niet dat je het alsnog van hen krijgt. Het is dat je het zelf leert zeggen.
Een kind kan zichzelf niet beoordelen. Het weet niet of iets goed is, en het leest dat af aan het gezicht tegenover zich. Klaart dat gezicht op, dan was het goed. Blijft het vlak, dan was het dat niet.
Dat is geen aanstellerij, dat is hoe je leert. Alleen blijft dat mechanisme staan als je volwassen bent. De ouder verhuist naar binnen en gaat daar door met kijken. Dat stuk heet in verschillende scholen anders, en het komt op hetzelfde neer: er zit een instantie in je hoofd die zegt of het genoeg was.
Was je ouder gul met erkenning, dan is die stem meestal mild. Was hij afwezig, streng, of altijd bezig met overleven, dan heb je een stem meegekregen die weinig teruggeeft, en die stem is niet meegegroeid met wat je inmiddels kunt.
Als het van binnen niet komt, ga je het buiten halen. Bij je leidinggevende, bij je partner, bij je klanten, bij mensen op internet. Dat werkt, precies lang genoeg om het weer nodig te hebben.
De reden dat het niet beklijft: goedkeuring van buiten wordt getoetst door diezelfde stem van binnen. Iemand zegt dat je het goed hebt gedaan, en er komt onmiddellijk achteraan: hij is aardig, hij kent de details niet, hij zegt dat tegen iedereen. De deur waar het binnen moet komen, staat op slot, en jij blijft aanbellen.
Zie Bang voor wat anderen van je denken en Bang om door de mand te vallen: allebei dezelfde bron, andere uitwerking.
Dit is het onderdeel dat het meest pijn doet en dat het meeste oplevert.
Veel mensen wachten, zonder het zo te noemen, op één zin van één persoon. Van hun vader meestal, soms van hun moeder. Ze wachten er al twintig jaar op. Ze bellen nog, ze gaan nog langs, ze vertellen nog wat ze hebben bereikt, en elke keer komt er iets anders terug dan waar ze op hoopten.
Wat er dan meestal aan de hand is: die zin komt niet omdat de ander hem niet heeft. Niet uit onwil, maar omdat hij hem zelf nooit heeft gekregen en dus nooit heeft leren maken. Dat is geen excuus en het is wel een verklaring, en het maakt uit welke van de twee je hanteert.
Zolang je wacht, is de macht over hoe jij je voelt bij iemand die hem niet kan gebruiken. Dat is het zwaarste aan dit patroon: niet dat je het niet krijgt, maar dat je je leven ophoudt bij een loket dat dicht is.
Neem vier voorwerpen: een voor jezelf, een voor je vader, een voor je moeder, en een voor degene van wie je nu erkenning zoekt. Zet ze neer zoals het voelt, niet zoals het hoort. Kijk daarna waar jij staat en waar je naartoe gedraaid staat.
Dit is een werkwijze uit het opstellingenwerk en het is verrassend concreet: mensen zetten hun eigen poppetje bijna altijd met de rug naar iemand toe, of veel verder weg dan ze zouden zeggen. Zie Familieopstellingen.
Tegen jezelf, of tegen het poppetje. "Het is goed zo." Of: "Ik zie wat je hebt gedaan." Dat voelt de eerste keer belachelijk. Het rare is dat het lichaam er wel op reageert, ook als je hoofd het onzin vindt.
Niet vergeven, niet goedpraten. Alleen vaststellen: hij had het niet. Dat is de zin die het wachten stopt, want dan gaat het over wat hij kon en niet over wat jij waard bent.
Waar komt de maatstaf vandaan waarmee je meet? Wie zou tevreden zijn als je hem haalde? Als daar een gezicht bij hoort dat niet van jou is, dan meet je met een lat van iemand anders. Zie Goed genoeg.
Aan het eind van de dag één zin: wat heb ik vandaag gedaan dat ik zelf goed vind? Geen dankbaarheidslijstje, geen prestatiedagboek. Eén ding, en dan zelf constateren dat het goed was. Dat is precies de spier die niet is ontwikkeld.
De vraag "vond je het wat?" na iets waar je trots op bent, is meestal geen vraag maar een uitnodiging. Dat mag. Merk alleen op dat je het doet, want dat is het moment waarop je het weer buiten legt.
Niet: je hebt niemand nodig. Erkenning van anderen is fijn en het hoort erbij. Het verschil zit erin of het iets toevoegt of dat het iets moet vullen.
Niet: je ouders hebben het verkeerd gedaan. Bij de meeste mensen die ik spreek is dat niet het verhaal. Er was ziekte, er waren zorgen, er was een generatie die het zo geleerd had. Zie Hechtingsstijlen.
Niet: dit ben je in een middag kwijt. Een stem die er dertig jaar heeft gestaan, verdwijnt niet. Hij wordt zachter, en jij krijgt er een tweede naast.
Ik heb dit lang niet gezien bij mezelf, want ik dacht dat ik gewoon ambitieus was. Achteraf was een deel daarvan iets anders: aan het werk blijven tot iemand het zou zien.
Wat het voor mij verschoof, was niet een gesprek met mijn ouders. Het was het besef dat ik zat te wachten op iets wat er niet zou komen, en dat ik dat wachten zelf in stand hield. Zolang ik wachtte, hoefde ik het niet zelf te vinden.
En ik merk het nu terug als vader. Mijn kinderen kijken na alles wat ze maken op naar mijn gezicht. Dat is precies het mechanisme uit dit stuk, live, aan mijn eigen keukentafel. Het maakt me voorzichtiger met wat ik met mijn gezicht doe, en tegelijk minder streng over wat mijn eigen vader ermee deed. Hij had ook een gezicht dat hij ergens vandaan had.
Waar dit vandaan komt: het opstellingenwerk in de lijn van Bert Hellinger, en het idee van de geïnternaliseerde ouder dat in verschillende psychologische scholen terugkomt. Ik ben geen opsteller en dit stuk is uitleg, geen behandeling.
Komt er bij dit onderwerp veel naar boven, gaat het over verwaarlozing, geweld of misbruik, of blijf je er weken van in de knoop zitten: dan hoort dat bij een psycholoog en niet bij een website. Begin bij je huisarts. Ik ben geen arts en geen psycholoog.
Als het nu niet goed met je gaat
Denk je aan zelfdoding, of maak je je zorgen om iemand? Bel 0800-0113 of chat via 113.nl. Gratis, dag en nacht, anoniem. Acuut gevaar: bel 112. Onveilig thuis: Veilig Thuis, 0800-2000.
De grootste last die een kind draagt, is het ongeleefde leven van zijn ouders.
Carl Jung, Verzameld werk, deel 17
Samir El Ouariachi
NLP Practitioner, vader van twee. Ik schrijf hier op wat mij zelf uit het idee heeft geholpen dat ik niet goed genoeg was. Geen aanbod, geen verkoop. Lees mijn verhaal of stel je vraag.
Op de hoogte blijven
Elke drie dagen verschijnt er een nieuw stuk. Laat je adres achter, dan krijg je er bericht van. Verder stuur ik niets, en afmelden kan met een klik onderaan elke mail.
Je krijgt eerst een mail met een bevestigingslink. Pas als je die aanklikt sta je op de lijst. Je adres gaat naar MailerLite, dat de verzending doet, en wordt nergens anders voor gebruikt. Zie de privacyverklaring. Liever geen mail? Er is ook een RSS-feed.
Kijk even in je mail. Er staat een bericht klaar met een bevestigingslink, en pas als je die aanklikt sta je op de lijst.
Verder lezen
Tips
Nuchter uitgelegd, zonder zweverigheid, met een oefening die je alleen kunt doen.
Tips
Hoe je als kind leerde omgaan met nabijheid, en waarom je dat nog steeds doet.
Tips
Waar die angst vandaan komt en hoe je hem kleiner maakt zonder onverschillig te worden.
Weet je niet waar je moet beginnen? Doe de test van twee minuten.
Even sparren?
Ik ben geen dokter en geen psycholoog. Die denken vaak in kaders, en soms is er iets anders nodig: iemand die luistert, doorvraagt en niet meteen zijn eigen verhaal erbij haalt. Geen diagnose, geen traject, geen rekening.
Stuur een bericht met waar je mee zit. Wil je liever bellen, geef dan aan wanneer het jou schikt, dan bel ik je terug. Helemaal vrijblijvend.
Stuur een bericht Laat je terugbellen
Zit je echt in de knel, dan hoort daar iemand bij die naast je kan zitten. Dat zeg ik dan ook gewoon tegen je.