Naar de inhoud
Eerst Jezelf

Blog  ·  Tips

Tips

Naar de vertrouwenspersoon: wat gebeurt er dan echt?

Wat hij wel en niet doet, wat er met je verhaal gebeurt, en waarom bijna iedereen te lang wacht.

10 minuten lezenGrenzen en anderen17 augustus 2026Samir El Ouariachi

Twee stoelen aan een kleine ronde tafel in een rustige kamer, twee glazen water, niemand nog binnen

Herken je dit?

  • Je twijfelt of wat er gebeurt wel erg genoeg is om er iets van te zeggen.
  • Je bent bang dat het een zaak wordt zodra je het ergens meldt.
  • Je hebt het al maanden en je hebt het nog aan niemand op je werk verteld.

Als je bij een van deze regels knikte, is dit stuk voor jou geschreven.

Kort antwoord: je gaat naar binnen, je vertelt wat er speelt, en daarna gebeurt er niets zonder dat jij het wilt. Dat is geen belofte achteraf maar de kern van de rol: een vertrouwenspersoon meldt niet, onderzoekt niet en spreekt de ander niet aan. Hij helpt je scherp krijgen wat er aan de hand is en welke wegen er zijn, en jij houdt de knop in handen. Dat is precies wat de meeste mensen niet weten, en daarom wachten ze te lang.

Waarom bijna iedereen te lang wacht

Vrijwel niemand loopt bij het eerste incident naar binnen. Wat er meestal gebeurt is dit: er is iets, je denkt dat je overdrijft, je doet er niets mee. Er is nog iets, je legt het naast het vorige, en je begint te twijfelen aan je eigen waarneming. Maanden later heb je een lijstje in je hoofd dat je aan niemand hebt verteld, en tegen die tijd voelt het te groot om nog te beginnen.

De twee gedachten die dat in stand houden hoor ik bijna altijd terug:

Wat er in dat gesprek gebeurt

Het is geen verhoor en er wordt geen formulier ingevuld. In grote lijnen loopt het zo.

  1. Je vertelt. Ongeordend mag. De meeste mensen beginnen met "ik weet niet of dit ergens over gaat".
  2. Hij stelt vragen. Niet om te toetsen of het waar is, maar om helder te krijgen wat er feitelijk is gebeurd en wat het met je doet.
  3. Hij legt de mogelijkheden naast elkaar. Zelf een gesprek aangaan, samen een gesprek aangaan, een klacht indienen, of voorlopig niets doen en het wel opgeschreven hebben.
  4. Hij zegt wat elke stap betekent. Wat er dan gaat lopen, wie het te weten komt, hoe lang het duurt.
  5. Jij kiest. Ook als je kiest voor niets, is dat een uitkomst. Dan weet je tenminste wat er ligt.

De vragen die mensen niet durven te stellen

Komt dit in mijn dossier?

Nee. Een vertrouwenspersoon houdt geen personeelsdossier bij. Hij noteert wel wat er is besproken, voor zichzelf, en die aantekeningen zijn vertrouwelijk. Wat je bij personeelszaken zegt is een ander verhaal, en dat is precies waarom de volgorde uitmaakt.

Hoort mijn leidinggevende het?

Niet van hem. Hij rapporteert wel eens in aantallen, dus dat er zoveel gesprekken zijn geweest over pesten of intimidatie, maar zonder namen en zonder herleidbare details.

Kan ik hier last van krijgen?

Een werkgever mag je niet benadelen omdat je een melding hebt gedaan. Gebeurt dat toch, dan is dat op zichzelf een nieuw en zwaarder feit. Dan gaat het niet meer over het oorspronkelijke incident maar over hoe de organisatie ermee omgaat.

Wat als ik het zelf niet zeker weet?

Dat is de meest voorkomende reden om te gaan. Je hoeft niet met een conclusie binnen te komen.

Het verhaal van Wendy

Wendy is 34 en werkt op een afdeling van elf mensen. Er is een collega die haar bij elke vergadering onderbreekt, haar voorstellen twee weken later als de zijne inbrengt, en die bij de koffie opmerkingen maakt over hoe ze eruitziet. Nooit iets waar je een vinger achter krijgt. Altijd net binnen wat je nog kunt wegzetten als een grapje.

Ze heeft er anderhalf jaar niets mee gedaan. Niet uit angst, zei ze, maar omdat ze het gevoel had dat ze zou overdrijven. "Er is nooit iets ergs gebeurd." Dat is precies de zin waarmee dit soort dingen jaren doorgaan.

Wat er ondertussen wel gebeurde: ze zei in vergaderingen bijna niets meer. Ze plande haar koffiepauze op momenten dat hij er niet was. Ze sliep slecht op zondagavond. En ze had thuis een kort lontje waar haar man iets van begon te zeggen.

Ze ging uiteindelijk naar de vertrouwenspersoon omdat een collega het voorstelde, niet omdat ze het zelf durfde. Het gesprek duurde vijftig minuten. Er werd niets gemeld, niets vastgelegd bij personeelszaken en niemand werd aangesproken.

Wat er wel gebeurde, was dit. Ze kreeg de vraag om op te schrijven wat er feitelijk was voorgevallen, met datums. Dat lijstje bleek negentien punten lang. Bij het voorlezen ervan hoorde ze voor het eerst hoe het klonk als je het achter elkaar zet. Dat was het moment waarop ze ophield met twijfelen aan zichzelf.

Ze koos daarna voor het gesprek, met de vertrouwenspersoon erbij als toehoorder. Haar collega schrok oprecht. Hij had er nooit bij stilgestaan. Of dat waar is weet niemand, en het maakte ook minder uit dan ze had gedacht: het gedrag stopte.

Wat ze me achteraf zei, is de reden dat ik dit stuk heb geschreven: "Ik dacht dat je daarheen ging als het erg was. Ik snapte niet dat je er ook heen mag om erachter te komen of het erg is."

Hoe ik ernaar kijk

Ik ben geen vertrouwenspersoon en dat ga ik ook niet worden. Ik zeg dat er eerlijk bij, want het is een rol met een eigen opleiding, eigen gedragsregels en een beroepsvereniging, en die heb ik niet. Wat ik erover schrijf, schrijf ik als buitenstaander die veel mensen ziet die eromheen lopen.

Wat mij eraan raakt, is dat deze rol bestaat vanuit precies de gedachte waar deze hele site op staat: dat iemand eerst gehoord moet worden voordat er iets moet. Geen oplossing, geen traject, geen dossier. Eerst hardop zeggen wat er is, tegen iemand die er niets mee hoeft.

En daar zit ook mijn kritiek, want het gaat vaak mis in de uitvoering. Er zijn organisaties waar de vertrouwenspersoon de manager personeelszaken is. Dat kan niet. Dan zit je bij iemand die twee petten op heeft, en dan is de belofte dat er niets gebeurt zonder jou geen belofte meer maar een risico. Vraag altijd wie het is en welke andere rol die persoon in de organisatie heeft. Is dat antwoord ongemakkelijk, vraag dan om een externe.

Het tweede dat ik zie: mensen wachten tot ze een zaak hebben. Ze verzamelen bewijs alsof ze naar de rechter moeten. Dat is niet nodig en het is schadelijk, want in die maanden gaat het door en word je ondertussen iemand die zich klein maakt op zijn eigen werk. Dat kost je meer dan het conflict zelf.

Waar ik zelf voor sta is het stuk daarvoor. Uitzoeken wat er nou eigenlijk speelt, of het over jou gaat of over hem, en wat je zelf in handen hebt. Zie Conflict op je werk voor het verschil tussen de vier rollen, en Gelijk hebben of contact houden voor wat er in een conflict tussen twee mensen gebeurt.

Maar bij ongewenst gedrag houdt dat op. Daar is geen zelfonderzoek nodig en geen inzicht in je eigen aandeel. Daar hoort iemand naast je te gaan staan, en dat ben ik niet.

Wanneer je niet bij de vertrouwenspersoon moet zijn

En de wet

Er wordt vaak gezegd dat elke werkgever er verplicht een moet hebben. Dat klopt op dit moment niet. Het initiatiefwetsvoorstel dat werkgevers met tien of meer werknemers zou verplichten een vertrouwenspersoon aan te wijzen, is in mei 2023 aangenomen door de Tweede Kamer en ligt sindsdien bij de Eerste Kamer, waar het nog niet is aangenomen. Het kabinet liet daarnaast in juni 2026 weten dat er geen wettelijk verplichte gedragscode ongewenst gedrag komt; dat is een ander voorstel.

Nagekeken op 17 augustus 2026 bij de Eerste Kamer, dossier 35.592. Controleer dit zelf als je erop wilt varen, want dit soort dossiers verschuift.

Praktisch maakt het weinig uit: veel werkgevers hebben er al wel een, verplicht of niet. Vraag ernaar bij personeelszaken, kijk in het personeelshandboek, of bel de arbodienst. En krijg je nul op het rekest, dan is dat op zichzelf informatie over waar je werkt.

Wie wil dat men naar hem luistert, moet eerst zelf leren luisteren.

Naar Seneca, Brieven aan Lucilius
Samir El Ouariachi

Samir El Ouariachi

NLP Practitioner, vader van twee. Ik schrijf hier op wat mij zelf uit het idee heeft geholpen dat ik niet goed genoeg was. Geen aanbod, geen verkoop. Lees mijn verhaal of stel je vraag.

Even sparren?

Mail me, of laat je terugbellen

Ik ben geen dokter en geen psycholoog. Die denken vaak in kaders, en soms is er iets anders nodig: iemand die luistert, doorvraagt en niet meteen zijn eigen verhaal erbij haalt. Geen diagnose, geen traject, geen rekening.

Stuur een bericht met waar je mee zit. Wil je liever bellen, geef dan aan wanneer het jou schikt, dan bel ik je terug. Helemaal vrijblijvend.

Stuur een bericht Laat je terugbellen

Zit je echt in de knel, dan hoort daar iemand bij die naast je kan zitten. Dat zeg ik dan ook gewoon tegen je.