38 beelden
Metaforen
Een idee dat je begrijpt vergeet je. Een beeld dat je ziet blijft hangen. Daarom staat er bij bijna elk inzicht op deze site een metafoor, en hier staan ze bij elkaar.
Waarom dit werkt
Kort antwoord
Een metafoor doet iets wat uitleg niet kan: hij zet iets waar je geen greep op hebt naast iets dat je kent. Je kunt je piekeren niet vastpakken. Een bus met schreeuwende passagiers wel. Vanaf dat moment heb je een handvat, en je merkt het doordat je de volgende keer denkt: daar heb je die passagiers weer.
Dat is geen taaltrucje. Het is de reden waarom de meeste stromingen in dit vak er vol mee zitten, van de stoicijnen tot ACT. Hieronder staan ze per deel, en elke metafoor brengt je naar het stuk waar hij vandaan komt.
Deel 1
Beginnen
Je kunt een huis prachtig inrichten. Staat het op een slechte fundering, dan scheuren de muren toch. Niemand fotografeert een fundering. Zonder fundering staat er niets.
De fundamenten Inzicht 03Sta eens op een brug boven een drukke weg. Er rijdt van alles onderdoor: nette auto's, roestbakken, een vrachtwagen die veel lawaai maakt. Je hebt niet gekozen wat er langskomt. En als er een lelijke bestelbus voorbijrijdt, denk je niet: ik bén nu die bestelbus. Zo werkt je hoofd ook. Gedachten komen langs. Jij staat op de brug. Het probleem ontstaat pas als je naar beneden klimt en meerent met een van die auto's, en dat doen we de hele dag door. Het verschil zit in één woord. Niet "ik ben waardeloos", maar "ik merk de gedachte dat ik waardeloos ben". Precies dezelfde gedachte. Alleen sta jij nu weer op de brug in plaats van op de weg.
De waarnemer Inzicht 04Een wiel met één platte kant rijdt. Het rijdt alleen hobbelig, en jij denkt dat de weg slecht is. Je kunt jaren harder gaan trappen op een wiel dat gewoon rond moet zijn.
Het wiel van je levenDeel 2
Hoe je in elkaar zit
Een frame is de omlijsting waarbinnen je kijkt. Zet je hem anders neer, dan zit hetzelfde tafereel er anders in. Dezelfde ruzie binnen het frame "wie heeft gelijk" loopt heel anders af dan binnen het frame "wat wil hij eigenlijk bereiken".
De basisframes Inzicht 06Twee mensen komen terug van dezelfde bruiloft. De een zegt: mooie avond, goed eten, lang nagepraat. De ander zegt: vreselijk, veel te warm en die speech duurde een uur. Ze zijn er allebei geweest. Ze hebben allebei iets anders weggelaten.
Het communicatiemodel Inzicht 07Een huis heeft een fundering, muren, verdiepingen en een dak. Wie een lek heeft op zolder, kan beneden blijven dweilen tot hij een ons weegt. Hij heeft geen betere dweil nodig. Hij moet naar boven.
De logische niveaus Inzicht 08Aan een hek langs een pad hangt een verweerd bord: verboden toegang. Het is daar jaren geleden opgehangen, met een goede reden. Die reden bestaat al lang niet meer. Het bord hangt er nog. En jij loopt er nog steeds omheen.
Overtuigingen Inzicht 09Denk aan een spier die je niet gebruikt. Die blijft niet gelijk, die wordt zwakker. Je merkt het pas als je hem nodig hebt, en dan concludeer je dat je nu eenmaal niet sterk bent. Zo werkt je comfortzone ook. Wat je een jaar lang niet doet, wordt niet makkelijker in de tussentijd.
De comfortzone Inzicht 10Halverwege een verbouwing ziet je huis er slechter uit dan voordat je begon. Alles ligt open, er is stof, en het werkt allemaal niet. Wie op dat moment stopt, houdt een sloopwoning over.
Het leermodelDeel 3
Richting kiezen
In je navigatie vul je geen "ergens anders heen" in. Je vult een adres in. Doe je dat niet, dan kun je een volle tank hebben en de beste auto van de straat, en sta je nog steeds stil.
Doelen Inzicht 12Je kunt heel snel een ladder beklimmen die tegen de verkeerde muur staat. Elke sport is winst, je komt hoger, iedereen ziet je klimmen. En boven aangekomen kijk je uit over een tuin waar je niet wilde zijn.
Waarden en criteria Inzicht 34Drie stoelen in een kamer. Je gaat er om de beurt in zitten. Zolang je alle drie tegelijk probeert te zijn, blijf je staan.
De drie stoelen van Disney Inzicht 35Een kaart op je telefoon. Zoom je helemaal in, dan zie je elke stoeptegel en weet je niet meer waar je bent. Zoom je uit, dan zie je waar je heen gaat, maar niet welke straat je nu in moet.
Groter en kleiner makenDeel 4
Gereedschap
Drie mensen leggen dezelfde route uit. De een tekent een kaartje, de ander vertelt het, de derde zegt: rij maar achter me aan. Alle drie brengen ze je op dezelfde plek.
Representatiesystemen Inzicht 14Twee foto's van dezelfde dag. De één hangt levensgroot in je gang, in kleur, je loopt er elke dag langs. De ander zit in een schoenendoos op zolder. Zelfde dag. Totaal ander gewicht in je leven.
Submodaliteiten Inzicht 15De lichtknop naast je slaapkamerdeur. Je zoekt er niet naar, ook niet in het donker. Je hand weet waar hij zit, en het licht gaat aan. Zo hoort een anker te werken.
Ankeren Inzicht 16Hang dezelfde foto in twee lijsten. In een gouden lijst in een museum kijk je er anders naar dan in een plastic lijstje bij de kassa. De foto is niet veranderd. Je kijken wel. Wij plakken de hele dag lijstjes om dingen heen en vergeten dat wij het zelf zijn die ze ophangen.
Herkaderen Inzicht 29Op een instrumentenpaneel staan alle schakelaars ergens tussen links en rechts. Bij jou staan ze net anders dan bij hem. Niemand heeft het paneel zelf ingesteld, en bijna niemand kijkt er ooit naar.
Meta-programma's Inzicht 30Een recept is een volgorde. Dezelfde ingrediënten, in een andere volgorde, leveren iets heel anders op. Mislukt het gerecht steeds, dan ligt het zelden aan de kok. Meestal zit er een stap op de verkeerde plek.
Strategieën Inzicht 31Een splitsing in een bospad. Beide paden liggen er al. Het ene is alleen platgelopen omdat iedereen daar loopt. Ga een paar keer bewust rechts, en na een tijdje neemt je lijf die kant vanzelf.
Het swish-patroon Inzicht 32Twee mensen aan dezelfde keukentafel die allebei iets willen en niet met elkaar praten, alleen tegen jou. Zolang jij ertussenin staat te bemiddelen zonder ze te laten uitspreken, komt er niets uit. Zet ze tegenover elkaar en laat ze zeggen wat ze willen.
Je innerlijke delen Inzicht 36Vlak voor je een kamer binnenloopt, ga je rechtop staan en adem je een keer uit. Dat verandert de kamer niet. Het verandert wel wie er binnenkomt.
Je toestand sturenDeel 5
Contact met anderen
Je kunt iemand die hard loopt niet stilzetten door voor hem te gaan staan. Je gaat eerst naast hem lopen, in zijn tempo. Pas daarna kun je samen langzamer gaan.
Rapport, pacing en leading Inzicht 18Een uitslag zegt 2-1. Dat is handig en het is waar. Wil je weten waarom het zo is gelopen, dan heb je aan die uitslag niets en moet je de wedstrijd zien.
Het metamodel van taal Inzicht 19Twee mensen aan weerszijden van een keukentafel. Allebei zien ze het gesprek van hun eigen kant. En er is een derde plek: die van iemand die in de deuropening staat en alleen maar kijkt naar wat die twee daar aan het doen zijn.
Perceptuele posities Inzicht 33Mist boven een landweg. Je ziet de richting, niet elke steen. Soms is dat precies genoeg om te durven gaan.
Indirecte taal Inzicht 45Twee mensen aan de uiteinden van een touw. Zolang ze allebei trekken, staat het strak en beweegt er niets. Wie loslaat, is niet de verliezer. Hij is degene die als eerste doorheeft dat het geen wedstrijd is.
Gelijk hebben of contact houden Inzicht 47Je bent geen scheidsrechter. Je bent een tolk tussen twee mensen die dezelfde taal spreken. Ze gebruiken dezelfde woorden en horen er iets anders in, en jouw werk is niet bepalen wie gelijk heeft, maar zorgen dat wat de een zegt aankomt zoals hij het bedoelde.
De derde persoonDeel 6
Wat je meedraagt
Ga op een lang recht pad staan. Achter je ligt waar je vandaan komt: dat ligt er, en het heeft je gemaakt tot wie je nu bent. Voor je ligt waar je heen gaat. Wie zich omdraait en blijft kijken, komt nergens. Wie nooit omkijkt, weet niet wat hij al aankan.
De tijdlijn Inzicht 21Een oude koffer zit vol stickers van eerdere reizen. Op een gegeven moment zie je de koffer niet meer, alleen de stickers. En je bepaalt wat erin zit zonder hem open te maken.
Labels Inzicht 22Een sportschool op een doordeweekse avond. Iedereen traint iets anders, met een ander doel, vanaf een ander beginpunt. Kijk je opzij en zie je iemand meer tillen, dan denk je: hij is verder dan ik. Je weet niet eens hoe lang hij al bezig is, en waarom.
Goed genoeg Inzicht 23Je kunt niet inschenken uit een lege kan. En de mensen om je heen merken het verschil tussen koffie die je aanbiedt en koffie die je met tegenzin uitdeelt, ook als je precies dezelfde beker neerzet.
De volle beker Inzicht 24Achterin je auto zit een kind. Dat kind zit daar al je hele leven. Op de meeste dagen merk je hem niet. Maar als er onverwacht hard geremd wordt, is dat kind degene dat schrikt. Je kunt naar achteren roepen dat het zich niet moet aanstellen. Dat heeft hij vaak genoeg gehoord. Je kunt ook even stoppen en ernaast gaan zitten. Meer is het niet. En het rare is: het houdt vrijwel altijd op met schrikken zodra er iemand naast zit die weet waar ze heen gaan.
Het kind op de achterbank Inzicht 46Een gezin is een tafel waar iedereen een stoel heeft. Valt er een stoel weg, dan blijft de tafel niet scheef staan: iemand schuift op om hem recht te houden. Dat is aardig en het is tijdelijk bedoeld. Het probleem is dat niemand ooit zegt dat het weer mag ophouden.
FamilieopstellingenDeel 7
Voorbij het denken
Een reis bestaat uit het weer, de route, de mensen die je tegenkomt en de koffer die je meesleept. Dat is allemaal de reis. Geen daarvan is de reiziger. Wij verwarren die twee vrijwel altijd. We denken dat we onze bagage zijn. Dat verklaart waarom mensen instorten als ze hun werk verliezen: niet omdat er inkomen wegvalt, maar omdat ze dachten dat ze dat wáren.
Wie ben je als je alles weglaat Inzicht 26Niemand krijgt bij zijn geboorte een draaiboek mee. Je kiest niet wat je tegenkomt. Wel of je kijkt naar wat er is, of dat je de hele weg met je rug naar het raam zit te mopperen dat het te lang duurt.
De reiziger en de reis Inzicht 27Je lichaam is de vriend die naast je zit en weinig zegt, maar die je aanstoot als er iets niet klopt. Je kunt hem jarenlang negeren. Hij blijft zitten, en hij blijft aanstoten.
Het lichaam Inzicht 28Een kamer waar altijd een radio aanstaat. Je denkt op een gegeven moment dat de kamer het geluid is. Zet hem een keer uit en je merkt dat de kamer er ook is zonder radio. Hij was er de hele tijd. Het viel alleen niet op.
De stilte tussen twee gedachtenHeb je zelf een beeld dat het precies raakt? Stuur het me. De beste metaforen komen zelden van de schrijver.