Inzichten · Contact met anderen
Inzicht 18
Het metamodel van taal
De vragen die een verhaal opendraaien
Grote vage zinnen houden problemen groot. Kleine concrete zinnen kun je oplossen.
In het kort
Het metamodel is een set vragen die vage taal weer concreet maakt. Bij weglatingen vraag je wat er ontbreekt, bij vervormingen hoe iemand dat weet, bij generalisaties of het echt altijd zo is. Grote vage zinnen houden problemen groot, kleine concrete zinnen kun je oplossen.
Mensen vertellen je nooit hun hele verhaal. Dat kan ook niet: in de vertaling van ervaring naar woorden gaat het meeste verloren. Wat overblijft is een samenvatting, en in die samenvatting zitten de gaten die het probleem in stand houden.
Het metamodel is een verzameling vragen die die gaten opendraaien. Het is het scherpste gereedschap uit de NLP, en daarmee ook het makkelijkst te misbruiken.
Hoe het werkt
Dezelfde drie filters uit inzicht 06 zitten in de taal die iemand gebruikt. Per filter is er een soort vraag.
Bij weglatingen: wat ontbreekt?
- "Het gaat niet goed." → Wat gaat er precies niet goed?
- "Ik ben bang." → Waarvoor precies?
- "Hij is beter." → Beter dan wie, waarin?
Bij vervormingen: wie zegt dat, en hoe weet je dat?
- "Hij vindt mij niet serieus." → Hoe weet je dat? Wat heeft hij gedaan of gezegd?
- "Zij maakt mij gek." → Wat doet zij precies, en hoe kom jij daardoor in die toestand?
- "Dat is respectloos." → Volgens welke maatstaf? Van wie is die maatstaf?
Bij generalisaties: altijd? iedereen? wat gebeurt er als je het wel doet?
- "Ik kan dat niet." → Wat houdt je tegen? Wat zou er gebeuren als je het wel deed?
- "Ik moet wel." → Wat gebeurt er als je het niet doet? (Hier valt vaak een kwartje: veel "moet" blijkt "kies ik".)
- "Iedereen denkt dat." → Iedereen? Wie precies?
Twee waarschuwingen, want zonder deze twee is dit gereedschap vervelend. Ten eerste: zonder rapport is elke metamodelvraag een kruisverhoor. Eerst inzicht 17, dan dit. Ten tweede: de toon doet alles. "Hoe weet je dat?" kan nieuwsgierig klinken of als aanval. Dezelfde woorden, tegenovergesteld resultaat.
Het krachtigst is dit model overigens niet in gesprekken met anderen, maar op je eigen zinnen. Vooral op de zinnen met "altijd", "nooit", "iedereen" en "ik moet".
De metafoor
Een uitslag zegt 2-1. Dat is handig en het is waar. Wil je weten waarom het zo is gelopen, dan heb je aan die uitslag niets en moet je de wedstrijd zien.
Waar je het tegenkomt
Op je werk
"Dit gaat niet werken." Vraag: wat zou er precies misgaan, en wat zou er moeten kloppen om het wél te laten werken? Je krijgt in één keer de echte bezwaren op tafel in plaats van een muur.
Thuis
"Je doet nooit iets in huis." De reflex is bewijs leveren. Beter: welke dingen mis je het meest? Dan gaat het gesprek over drie concrete dingen in plaats van over jouw karakter.
Wie iets wil leren, moet eerst weten hoe weinig hij weet.
Naar Epictetus, Verhandelingen
Zo ging het bij Anouk
Anouk zei: ik kan nooit voor mezelf opkomen. Dat klinkt als een levenslange eigenschap.
We ondervroegen de zin. Nooit? Wanneer wel? Bleek: bij vrienden lukte het prima. Bij haar broer ook. Wie precies dan niet? Haar leidinggevende, en alleen als er anderen bij waren.
Van "ik kan nooit voor mezelf opkomen" bleef over: in een volle vergadering met mijn leidinggevende erbij zeg ik minder dan ik wil. Dat eerste is een karakter. Dat tweede is een situatie, en daar kun je iets mee.
Nog een voorbeeld
"Het gaat helemaal mis" werd na drie vragen: als de offerte vrijdag niet weg is, loop ik deze klant mis. Dat is geen ramp, dat is een deadline met een oplossing.
De namen zijn veranderd. De situaties komen uit gesprekken die ik heb gevoerd.
Opdracht: je eigen zinnen ondervragen
- Schrijf vandaag vijf zinnen op die je tegen jezelf zegt over een situatie waar je in vastzit.
- Onderstreep elk woord dat "altijd", "nooit", "iedereen", "niemand", "moet" of "kan niet" is.
- Stel bij elke onderstreping de bijbehorende vraag. Schrijf het antwoord op, niet in je hoofd, op papier.
- Herschrijf de vijf zinnen met wat je nu weet. Bijna altijd worden ze kleiner en concreter.
Van "ik kan nooit voor mezelf opkomen" blijft dan bijvoorbeeld over: "als mijn leidinggevende erbij is en er meer mensen in de kamer zijn, zeg ik minder dan ik wil." Het eerste is een levenslange eigenschap. Het tweede is een situatie. Daar kun je iets mee.
Wat je hieraan hebt
Grote, zware uitspraken houden problemen groot en zwaar. Deze vragen maken ze klein en concreet, en klein en concreet is oplosbaar.
Achter elke uitslag zit een hele wedstrijd.
Verder lezen
Dit sluit hierop aan
Inzicht 17
Rapport, pacing en leading
Waarom mensen zich bij de een wel openen en bij de ander niet
Inzicht 19
Perceptuele posities
Hetzelfde conflict vanuit drie stoelen
Inzicht 33
Indirecte taal
Het Milton-model, en waarom vaag soms beter werkt
Weet je niet welk stuk bij jou past? Doe de test van twee minuten.
Even sparren?
Mail me, of laat je terugbellen
Ik ben geen dokter en geen psycholoog. Die denken vaak in kaders, en soms is er iets anders nodig: iemand die luistert, doorvraagt en niet meteen zijn eigen verhaal erbij haalt. Geen diagnose, geen traject, geen rekening.
Stuur een bericht met waar je mee zit. Wil je liever bellen, geef dan aan wanneer het jou schikt, dan bel ik je terug. Helemaal vrijblijvend.
Stuur een bericht Laat je terugbellen
Zit je echt in de knel, dan hoort daar iemand bij die naast je kan zitten. Dat zeg ik dan ook gewoon tegen je.