Inzichten · Contact met anderen
Inzicht 47
De derde persoon
Hoe je helpt als twee anderen vastzitten
Wie in een ruzie van twee anderen een kant kiest, wordt de derde partij.
In het kort
Als twee mensen om je heen vastzitten, is de verleiding groot om te bemiddelen door gelijk te geven of een oplossing te bedenken. Allebei werkt niet: daarmee word je zelf partij. Wat wel werkt is de volgorde bewaken, zorgen dat ieder een keer volledig uitspreekt, en de vraag stellen die zij elkaar niet meer stellen: wat is voor jou het belangrijkste hierin.
Er komt een moment waarop het niet meer over jou gaat. Twee collega's die niet meer met elkaar praten. Je broer en je vader. Twee vrienden waarvan je er allebei een bent. En jij staat ernaast en je wilt helpen.
Bijna iedereen doet dan hetzelfde, en het werkt bijna nooit: gelijk geven aan degene die je het beste kent, of een oplossing bedenken. Van het eerste word je zelf partij. Van het tweede leren ze niets, en de volgende keer sta je er weer.
Waarom bemiddelen zo vaak misgaat
Op het moment dat jij ertussen gaat staan, ben je geen buitenstaander meer. Je krijgt informatie van de een die de ander niet heeft. Je gaat boodschappen overbrengen. En binnen twee weken hebben ze allebei het gevoel dat jij de kant van de ander kiest.
Dat is de reden dat de plek van de derde persoon niet in het midden ligt. Hij ligt erboven, op afstand van allebei, en die afstand is niet kilheid maar je enige bruikbare positie. Zie ook Perceptuele posities, waar je die plek voor jezelf leert innemen.
Er is nog een valkuil, en die heeft een naam. In de dramadriehoek van Stephen Karpman is de redder de derde rol naast slachtoffer en aanklager. De redder bedoelt het goed, springt bij en krijgt geen dank, en voelt zich vervolgens zelf slachtoffer. Wie bemiddelt vanuit de behoefte om nodig te zijn, komt daar vroeg of laat uit. Zie Gelijk hebben of contact houden.
Wat je niet doet
- Geen kant kiezen. Ook niet in je hoofd, want dat hoor je terug in je vragen.
- Geen oplossing aandragen. Jouw oplossing komt uit jouw kaart en past zelden op hun leven.
- Geen boodschapper zijn. Wie berichten heen en weer draagt tussen twee mensen die niet praten, houdt precies in stand dat ze niet praten.
- Niet bemiddelen als je zelf een belang hebt. En dat heb je vaker dan je denkt: rust in huis, geen gedoe op de zaak, of je verhouding met een van beiden.
Wat wel werkt: bewaak de volgorde
Je hoeft de inhoud niet op te lossen. Je hoeft alleen de volgorde te bewaken, want die is bij twee mensen die vastzitten altijd stuk. Ze praten door elkaar, ze reageren op wat ze denken dat de ander bedoelde, en niemand komt af.
1. Vraag eerst of ze het willen
Ongevraagd bemiddelen is bemoeien. Eén zin volstaat: willen jullie dat ik erbij zit, of niet? Zegt een van beiden nee, dan is dat het antwoord.
2. Ieder spreekt een keer volledig uit
Zonder onderbreking, ook niet met een gezicht. Jij bewaakt dat. Spreek af hoe lang, vijf minuten is genoeg, en houd je eraan bij allebei. Alleen dit al doet meer dan de meeste gesprekken van een uur.
3. Laat de ander samenvatten voor hij reageert
Dit is het scharnier van het hele stuk. Voordat de tweede zijn eigen verhaal doet, vertelt hij eerst in eigen woorden wat hij de ander heeft horen zeggen. Niet of hij het ermee eens is, alleen wat hij hoorde. En de eerste bevestigt of dat klopt.
Het duurt langer en het voelt onhandig. Wat je bijna altijd ziet: het klopt niet. Ze zaten dagen dwars op iets wat de ander niet had gezegd.
4. Zoek het belang onder de eis
Roger Fisher en William Ury beschreven in Getting to Yes het verschil tussen een standpunt en een belang. Het standpunt is wat iemand eist, het belang is waarom hij het wil. Standpunten botsen meestal, belangen bijna nooit.
De vraag die dat opent is simpel: wat is voor jou het belangrijkste hierin? Stel hem aan allebei, en stel hem twee keer, want het eerste antwoord is nog het standpunt.
5. Benoem het patroon, niet de personen
Niet: jij valt hem steeds aan. Wel: ik zie dat jullie allebei harder gaan praten zodra de ander begint uit te leggen. Een patroon is iets waar twee mensen samen naar kunnen kijken. Een verwijt is iets waar een van beiden zich tegen moet verdedigen. Zie Het metamodel van taal.
6. Eindig met iets kleins en concreets
Geen verzoening, geen excuses die niet gemeend zijn. Eén afspraak die overmorgen te controleren is. Grote verzoeningen aan het eind van een gesprek houden zelden een week.
Wanneer je hier niet aan moet beginnen
Bij een verschil in macht, of als de schade maar één kant op valt. Een leidinggevende en zijn medewerker, een ouder en een kind, iemand die stelselmatig over de grens van de ander gaat. Daar is een gesprek onder gelijken niet mogelijk, en het gelijkwaardig maken van twee ongelijke posities helpt degene die al klem zit niet vooruit.
Op het werk is er een reden dat hiervoor beroepen bestaan met eigen opleidingen en gedragsregels: de vertrouwenspersoon staat naast een persoon, de mediator staat tussen twee partijen. Ik ben geen van beide, en jij waarschijnlijk ook niet. Voor het gedoe tussen twee collega's aan jouw tafel kun je veel doen. Bij ongewenst gedrag verwijs je door. Zie Conflict op je werk.
De metafoor
Je bent geen scheidsrechter. Je bent een tolk tussen twee mensen die dezelfde taal spreken. Ze gebruiken dezelfde woorden en horen er iets anders in, en jouw werk is niet bepalen wie gelijk heeft, maar zorgen dat wat de een zegt aankomt zoals hij het bedoelde.
Waar je het tegenkomt
Op je werk
Twee collega's die al maanden langs elkaar heen werken en van wie iedereen weet dat het niet loopt. Vaak is er nooit een gesprek geweest waarin ze allebei zijn uitgesproken.
Thuis
Als ouder tussen twee kinderen. De verleiding is groot om de oudste aan te spreken omdat hij het beter zou moeten weten. Daarmee heb je een rechter gespeeld, geen tolk, en dat onthouden ze allebei.
In je familie
Tussen twee volwassenen die al jaren niet praten. Hier geldt de eerste regel het hardst: vraag of ze het willen. Vaak willen ze het niet, en dan is jouw taak alleen om bij allebei te blijven zonder partij te kiezen.
Wij hebben twee oren en een mond, zodat wij twee keer zoveel luisteren als spreken.
Toegeschreven aan Epictetus
Zo ging het bij Yasmin
Yasmin geeft leiding aan een team van negen. Twee van haar mensen, Dennis en Feride, praatten al vier maanden alleen nog via haar. Beiden goed in hun werk, beiden ervan overtuigd dat de ander het project vertraagde.
Ze had het geprobeerd zoals de meeste mensen het proberen: apart met allebei koffie drinken, sussen, hier en daar een beetje gelijk geven. Daarmee wist ze na vier maanden alles van allebei en waren die twee nog steeds geen stap opgeschoven. Erger nog: ze vonden nu allebei dat zij de kant van de ander koos.
Toen ze het anders deed, deed ze inhoudelijk niets. Ze vroeg allebei apart of ze het wilden. Ze zette een half uur in de agenda. Ze zei van tevoren: ik ga niets beslissen, ik bewaak alleen de volgorde.
Dennis kreeg vijf minuten. Feride moest daarna samenvatten wat ze had gehoord. En daar ging het meteen mis, op de goede manier: ze vatte samen dat Dennis vond dat zij te traag werkte. Dat had hij niet gezegd. Hij had gezegd dat hij niet wist waar ze aan werkte, en dat hij daardoor niet kon plannen.
Dat verschil, tussen te traag zijn en niet weten waar iemand mee bezig is, hadden ze vier maanden niet gevonden. Het opgeloste eindigde met een afspraak van niks: elke maandag tien minuten doornemen wie waaraan werkt. Yasmin heeft er verder nooit meer iets aan hoeven doen.
Nog een voorbeeld
Bij Joost lag het anders en dat was ook een uitkomst. Hij wilde bemiddelen tussen zijn vader en zijn broer, die elkaar al twee jaar niet spraken. Hij vroeg het allebei. Zijn broer zei ja, zijn vader zei nee. Daar hield het op.
Wat hij eerst als mislukking zag, bleek het waardevolste. Hij stopte met berichten overbrengen, waar hij jaren mee bezig was geweest. Hij zei tegen allebei hetzelfde: ik ga hier niets meer tussen doen, en ik blijf bij jullie allebei komen. Dat was het eerste jaar ongemakkelijk. Het is ook het enige wat hij nog vol kan houden.
De namen zijn veranderd. De situaties komen uit gesprekken die ik heb gevoerd.
Opdracht: de tolk
Doe dit bij een echt meningsverschil tussen twee mensen om je heen. Het hoeft geen groot conflict te zijn, een verschil van mening aan tafel is genoeg om het te oefenen.
- Vraag allebei apart of ze willen dat je erbij bent. Krijg je geen twee keer ja, dan stop je hier.
- Spreek de spelregels hardop af: ieder vijf minuten zonder onderbreking, en daarna samenvatten voor je reageert. Zeg erbij dat jij niets gaat beslissen.
- Laat de eerste vijf minuten praten. Jij zegt niets, ook niet instemmend. Alleen de tijd bewaken.
- Vraag de tweede om samen te vatten wat hij hoorde. Vraag de eerste of dat klopt. Klopt het niet, dan mag hij het aanvullen, en daarna vat de tweede het opnieuw samen.
- Draai het om, met dezelfde regels.
- Stel allebei een keer de vraag: wat is voor jou het belangrijkste hierin? Stel hem daarna nog een keer op het antwoord.
- Zeg wat je ziet gebeuren tussen die twee, in gedrag, zonder oordeel over wie.
- Vraag om één concrete afspraak voor deze week. Schrijf hem op en laat het daarbij.
Merk je onderweg dat je van binnen een kant kiest, dan is dat geen fout maar wel informatie. Zeg het hardop en stop desnoods. Een eerlijke stop is beter dan een gekleurde bemiddeling.
Wat je hieraan hebt
Twee dingen, en het tweede is het grootste. Je kunt iets betekenen op een plek waar de meeste mensen alleen olie op het vuur gooien. En je merkt dat je ook in je eigen conflicten anders gaat luisteren, want de tolk in jou blijft aan.
Wat je niet krijgt is de rol van degene die het heeft opgelost. Dat is de prijs en het is meteen de kern: als het goed gaat, denken ze allebei dat ze het zelf hebben gedaan.
Sta ik ertussen, of erboven?
Verder lezen
Dit sluit hierop aan
Inzicht 17
Rapport, pacing en leading
Waarom mensen zich bij de een wel openen en bij de ander niet
Inzicht 18
Het metamodel van taal
De vragen die een verhaal opendraaien
Inzicht 19
Perceptuele posities
Hetzelfde conflict vanuit drie stoelen
Weet je niet welk stuk bij jou past? Doe de test van twee minuten.
Even sparren?
Mail me, of laat je terugbellen
Ik ben geen dokter en geen psycholoog. Die denken vaak in kaders, en soms is er iets anders nodig: iemand die luistert, doorvraagt en niet meteen zijn eigen verhaal erbij haalt. Geen diagnose, geen traject, geen rekening.
Stuur een bericht met waar je mee zit. Wil je liever bellen, geef dan aan wanneer het jou schikt, dan bel ik je terug. Helemaal vrijblijvend.
Stuur een bericht Laat je terugbellen
Zit je echt in de knel, dan hoort daar iemand bij die naast je kan zitten. Dat zeg ik dan ook gewoon tegen je.